Programma

De STOP4-7-training omvat tien sessies, gespreid over een periode van tien weken. Hieronder willen we kort de verschillende componenten van de training toelichten, met extra aandacht voor die aspecten die het verschil uitmaken ten aanzien van andere trainingen voor kinderen met gedragsproblemen. De interventie staat beschreven in een handboek (De Mey & Merlevede, 2013). Er zijn drie belangrijke onderdelen: De kinderen komen naar het centrum gedurende een ganse dag (zie 1.), terwijl de ouders in de namiddag bij elkaar komen voor een twee uur durende sessie (zie 2.). De leerkracht - classroom management - training (zie 3.) bestaat uit vier drie uur durende sessies. De oudergroep wordt idealiter geleid/begeleid door 2 trainers, evenals de leerkrachtgroep. Deze trainers treden eveneens op als gezins- en schoolbegeleiders.

 

1. Sociale vaardigheidstraining voor kinderen

Gedurende tien dagen leren de kinderen belangrijke sociaal-cognitieve vaardigheden: emotieregulatie, rolneming, probleemoplossing en zelfcontrole. Deze trainingsonderdelen werden overgenomen van andere auteurs en aangepast naar de huidige Vlaamse/Nederlandse situatie (Dodge & Coie, 1987; Meichenbaum, 1977; Ramsey, 1993; Selman, 1980; Selman & Byrne, 1974).  Deze vaardigheden worden aangeleerd via coaching, modeling en gedragsinoefening. Elke trainingsdag is georganiseerd zoals een gewone schooldag met een mengeling aan activiteiten: vertellen en luisteren, werken en spelen, samen eten, taakjes uitvoeren, buiten spelen. Voorspelbaarheid is erg belangrijk: elke dag is dan ook steeds op dezelfde manier opgebouwd en gestructureerd; de verschillende delen van de ruimte hebben steeds dezelfde functie; de trainers zijn zelf ook erg voorspelbaar en tonen zich een model in zelfcontrole en in positieve interacties. Belangrijk is ook dat de trainers kinderen helpen om met emotioneel beladen situaties om te gaan (emotie-coaching). Heel veel positieve bekrachtiging - kleine tokens vergezeld van een heleboel complimenten - wordt gegeven voor kleine prestaties, tot tien tokens per uur per kind. Het concept is ontleend aan het Marlborough House in Swindon (P. Mayes, persoonlijke communicatie). Een belangrijk aspect van rolneming is het aanleren van ‘woorden' voor de verschillende gevoelens, het zich verbaal leren uiten in plaats van fysiek. Een grote pop fungeert als gids voor de kinderen doorheen de vijf stappen van het probleemoplossingsproces. Om zelfcontrole aan te leren, gebruiken we o.a. een boosheidsthermometer en zoeken we samen met kinderen naar manieren om terug rustig te worden na een boze bui. Een schildpad helpt de kinderen om zich te beheersen en niet impulsief en agressief te reageren, door hen te leren zich te ontspannen en opnieuw rustig te worden. Het is pas als het kind terug rustig is dat er gezocht kan worden naar helpende oplossingen voor een probleem.

 

De training voor de kinderen biedt de trainers ook kansen om te observeren wat kinderen willen communiceren met hun gedrag, welke behoeftes (verbinding zowel ten aanzien van volwassenen, als met leeftijdsgenootjes, competentie, autonomie, realistische grenzen, …) eventueel nog onvoldoende vervuld zijn. Trainers kunnen ook uitzoeken welk relationeel aanbod, welke opvoedingsgedrag een gepast antwoord kan bieden op deze onvervulde behoeftes.
 

2. Parent management training

 

Belangrijk is om hier te benadrukken dat dit onderdeel er op gericht is ouders te helpen zicht te krijgen op de betekenis van het gedrag van hun kind, eventueel welke behoefte van hun kind nog meer aandacht behoeft. Het doel is dan ook de besproken opvoedingsvaardigheden in te zetten in functie van de (emotionele en sociaal-cognitieve) groei van het kind en niet in functie van de ouder. Ook de behoefte van de ouder aan zich competent voelen staat centraal in deze bijeenkomsten.

 

Dit onderdeel is gebaseerd op principes van gedragsmodificatie en sociaal leren. Het programma is gebaseerd op bestaande LIFT-handleidingen (Antoine, 1995; Ramsey, 1992) en aangepast. De belangrijkste doelen die nagestreefd worden via deze oudertrainingsmodule zijn het versterken van de opvoedingsvaardigheden en het versterken van de ouderlijke self-efficacy (Bandura, 1977; Coleman, 1997). Ouders iets aanleren kan hen het gevoel geven incompetent te zijn. En gevoelens van incompetentie komen vaak in de weg te zitten om effectief te reageren bij bvb. dwinggedrag van het kind. Door uit te lokken dat ouders sterke verhalen vertellen ten aanzien van de andere ouders in de groep, kunnen we hen laten ervaren dat ze competent zijn in het opvoeden van hun kinderen. Ouders leren gedurende tien opeenvolgende weken het gedrag van hun kinderen te observeren en op te volgen. Positieve bekrachtiging en een gepast gebruik van een token economy (beloningssysteem) zijn centrale vaardigheden in de training, samen met het kunnen structureren van het leven van hun kind. Pas vanaf de vijfde sessie wordt er ook bekeken hoe negatief gedrag kan beïnvloed worden door de contingenties te veranderen, zoals bij negeren, time-out en straffen. Ook probleemoplossingsvaardigheden, communicatievaardigheden en zelfcontrole (van de ouders zelf) zijn belangrijke thema's in de oudertraining.  

 

Extra aandacht gaat ook naar de rol van de ouders in het aanleren van emotieregulatievaardigheden bij hun kind. De rol van model staan en hoe kinderen helpen coachen doorheen moeilijke momenten (emotie-coaching) wordt belicht.

 

3. Classroom management training

Net als bij de andere onderdelen wordt ook hier gefocust op de betekenis van het gedrag van het kind i.p.v. op het gedrag op zich. De leerkrachten van de deelnemende kinderen worden uitgenodigd om deel te nemen aan de leerkrachtentrainingsgroep. De inhoud van deze trainingsgroep lijkt erg op deze van de oudertrainingsgroep, maar gezien de professionele opleiding van leerkrachten, zijn er minder sessies. Het evenwicht tussen het aanleren van vaardigheden en het versterken van de self-efficacy van de deelnemers is ook bij deze training erg belangrijk. Vermoedelijk is voor leerkrachten de moeilijkste vaardigheid het communiceren met ouders van kinderen met moeilijk gedrag. Leerkracht-ouder communicatie en bonding moeten dan ook een grote aandacht krijgen in de leerkrachtentraining. We benaderen leerkrachten als collega's. We vinden het belangrijk om met hen te bekijken hoe ze de vaardigheden die de kinderen in de training leerden, te versterken in de klas en op de speelplaats. Deze trainingscomponent werd vooral gebaseerd op werk van Webster-Stratton (1999).

047X/XX.XX.XX   /   stop@stop4-7.be   /  Hadewijchstraat 35 - 9111 Sint-Niklaas

© 2020 door STOP4-7